De rol van empathie bij gedragsproblemen

Gedragsstoornissen bij adolescenten gaan vaak gepaard met problemen in het vermogen om gevoelens van anderen te begrijpen en te kunnen aanvoelen (empathie). Deze jongeren kunnen dan worden omschreven als overmatig op zichzelf gericht en hebben schijnbaar weinig last van negatieve gevoelens bij anderen. Dit is problematisch omdat bekend is dat empathie kan werken als een rem op grensoverschrijdend gedrag. Problemen met het opbrengen van empathie zijn niet specifiek voor jongeren met gedragsstoornissen; bij andere groepen jeugdigen in de hulpverlening is er ook sprake van problemen in het inleven en afstemmen op de ander. Bijvoorbeeld is dit het geval bij jongeren met een stoornis in het autistisch spectrum of bij jongeren met een licht verstandelijke handicap.

Drie aspecten van empathie
Empathie lijkt te bestaan uit drie samenhangende, maar ook te onderscheiden onderdelen.
(zie figuur 1)


              figuur 1. verschillende onderdelen van empathie


Motorische empathie
Mensen zijn geneigd om onbewust bewegingen (en gezichtsuitdrukkingen) van anderen na te bootsen (denk bijvoorbeeld aan gapen). Deze reactie waarbij mogelijk zogenaamde spiegelneuronen in de hersenen zijn betrokken, wordt gezien als het meest basale aspect van empathie.

Affectieve empathie
De mate waarin iemand geëmotioneerd raakt door het zien van leed bij een ander. Dit wordt ook wel invoelingsvermogen genoemd.

Cognitieve empathie
Mensen moeten in staat zijn tot het, in gedachten, innemen van het perspectief van de ander. Dit aspect dat dus gaat om het kunnen begrijpen van de ander, wordt ook wel inlevingsvermogen genoemd.

Problemen in één of meer van deze onderdelen van empathie kan leiden tot niet-empathisch gedrag. Jongeren met gedragsstoornissen, jongeren met een stoornis in het autistisch spectrum en jongeren met een licht verstandelijke handicap lijken overeen te komen in het feit dat ze problemen hebben met het opbrengen van adequate empathische reacties. Steeds vaker wordt gesuggereerd dat hier verschillende oorzaken aan ten grondslag liggen. Bij bepaalde gedragsstoornissen lijkt het bijvoorbeeld zo te zijn dat jongeren emotionele reacties van anderen wel kunnen begrijpen (cognitieve empathie), maar dat zij er niets, of althans in verminderde mate iets bij voelen (affectieve empathie). Bij mensen met autistische problematiek geldt dat zij zowel moeite hebben met het begrijpen, als met het voelen van emotionele reacties bij de ander. Dit verschil in oorzaken van het onafgestemde gedrag wordt wel omschreven als meedogenloos versus achteloos.

Het verkrijgen van een antwoord op de vraag welke aspecten van empathie nu precies verstoord zijn bij de verschillende doelgroepen, kan helpen om in de toekomst te komen tot meer gerichte, op de oorzaak afgestemde, behandeling bij deze groepen jongeren.

Het onderzoek
In dit onderzoek zullen aan verschillende groepen adolescenten foto’s en filmpjes worden getoond waarin mensen een bepaalde emotie vertonen. Door meting van verschillende lichamelijke reacties, het afnemen van vragenlijsten en (neuro)psychologische tests zal worden onderzocht in hoeverre de proefpersoon in staat is empathisch te reageren. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar de prestaties op de drie beschreven onderdelen van empathie bij de verschillende doelgroepen (adolescenten met gedragsstoornissen, met autistische problematiek of met een licht verstandelijke handicap).

Als je tot de doelgroep behoort, of als u de ouder of behandelaar/begeleider bent van een jongere met genoemde kenmerken, en jij/u bent geïnteresseerd in dit onderzoek neem dan contact op met ons secretariaat (024 3283690)


terug     print deze pagina